Weinig concrete plannen duurzame energie in verkiezingsprogramma’s

Lokale verkiezingsprogramma’s bevatten grote ambities voor klimaatverbetering en het opwekken van schone energie, maar amper ideeën om die ambities waar te maken. ‘De uitvoering en de uitwerking zijn heel erg summier. Er zijn weinig echt concrete voorstellen,’ concludeert hoogleraar sociale-transities Derk Loorbach na onderzoek van tv-programma De Monitor dat vanavond wordt uitgezonden om 21.25 op NPO 2. 

Naast de vier grootste gemeenten is in elke provincie gekeken naar tenminste één kleine en grote gemeente. Daarbij zijn van de grootste vijf partijen de verkiezingsprogramma’s onderzocht. Er is gekeken naar de ambities van de partijen, maar vooral naar wat ze in de praktijk willen doen om die ambities waar te maken. 155 programma’s zijn langs een meetlat van dertien punten gelegd. Het gaat om de plannen met zon- en windenergie, maar er is ook gekeken naar onderwerpen als afval, mobiliteit, bouwen van aardgasloze wijken, het isoleren van woningen en het controleren van het bedrijfsleven op energiebesparing.

Bijna alle politieke partijen willen dat hun gemeente in 2020, 2030 of 2040 alleen nog maar duurzame energie gebruik en ‘energieneutraal’ is. Slechts 13 van de 155 programma’s bevatten bijna geen of helemaal geen verwijzingen naar klimaatverbetering. Maar hoe gemeenten dat precies willen bereiken blijft na bestudering van de verkiezingsprogramma’s onduidelijk.

Ondanks de grote energieopbrengst zien veel politieke partijen windmolens niet zitten. De VVD in Terneuzen is van mening dat ‘de Noordzee groot genoeg is, om horizonvervuiling in de gemeente te voorkomen’. En het CDA in Soest heeft geen idee waar de windmolens in de natuurrijke gemeente moeten komen. Slechts 11% van de programma’s noemt windmolens een concrete optie om meer schone energie op te gaan wekken.

Hetzelfde geldt voor het begin van de overgang naar huizen zonder aardgas. Veel partijen noemen dat nieuwbouw in de toekomst zonder aardgas moet, maar maar 12% zegt iets concreets over de huidige woningen die ook van het aardgas af moeten. Volgens hoogleraar Loorbach moet dat concreter: ‘Je moet een jaartal koppelen aan wanneer je van het aardgas af wil zijn. En vervolgens moet je een pad uitstippelen waarin met bewoners en experts de verschillende opties verkend worden.’

Om alle woningen van het gas af te halen, moeten gemeenten op zoek naar een alternatief voor de verwarming. Weinig partijen benoemen dit of komen met een oplossing. 42% maakt er melding van in het programma en 5% komt een voorstel van hoe en waar een oplossing gezocht moet worden. 

Volgens Loorbach zijn er twee redenen waarom de programma’s niet heel concreet zijn: ‘Het is een politieke strategie. Als je eenmaal gaat vertellen wat er allemaal anders wordt, dan wordt het vrij snel technisch en wordt duidelijk dat mensen dingen moeten veranderen en dat het geld gaat kosten. En dat willen we niet. Aan de andere kant denk ik dat het nog voor een groot deel onkunde is en onbegrip van de omvang van de overgang naar 100% schone energie.’

Dinsdag 13 maart in De Monitor: Weinig duurzame plannen, om 21.25 uur op NPO 2.