Joris zoekt Troost: De laatste gang

In vier afleveringen onderzoekt Joris Linssen hoe de rouw- en uitvaartcultuur de afgelopen eeuw veranderde. In Joris zoekt Troost kijkt hij Nederland en de Nederlander in het diepst van de ziel. Hoe laten we ons troosten in tijden van rouw en verdriet? De dood is van alle tijden, maar het ritueel rondom het afscheid is drastisch veranderd. Eeuwenoude tradities hebben plaatsgemaakt voor nieuwe rituelen. 

Vrouwen gehuld in zwarte gewaden met een kap die hun gezicht volledig aan het oog van de buitenwereld onttrekt. Mannen met zwarte pakken en hoge hoeden. Ze vormen een rouwstoet die door de dorpsstraat trekt, waar bewoners uit eerbied voor de overledene de gordijnen hebben gesloten. Zo ziet rouw in Nederland eruit, in het begin van de 20e eeuw. Sober, zwart, weinig ruimte voor persoonlijke variatie. Bij elke begrafenis is er een afscheidsdienst in de kerk, waar alles verloopt volgens een eeuwenoud patroon en vaste rituelen. Het zielenheil van de overledene staat centraal en bij de katholieken is ‘In paradisum’ het laatste gezang: ‘Mogen de engelen u begeleiden naar het paradijs.’

Tot lang na de Tweede Wereldoorlog houdt Nederland vast aan de door de kerk voorgeschreven rituelen en regels. Ook al doen die soms pijn. Zo worden bij de katholieken kindjes die tijdens of vlak na de geboorte sterven weggestopt in anonieme grafjes aan de rand van het kerkhof. Maar met de ontkerkelijking verdwijnt de eenvormigheid van rouwen en begraven. Er komt meer aandacht voor rouw en rouwverwerking. En de kindjes die ooit in ongewijde aarde werden begraven krijgen de afgelopen jaren steeds vaker een naam, en een grafsteentje, een bewijs dat ze hebben geleefd en dat er om hen is gerouwd.

In de jaren ’70 doen met de komst van Surinamers en arbeidsmigranten uit Marokko en Turkije ook rouw- en uitvaartradities van andere culturen hun intrede. Islamitische bewassingen, Creoolse uitvaarten waarbij dragers dansend met de kist op de schouders naar het graf gaan, het was toen in Nederland ongekend. Djena Roehoeputy geeft workshops lijkbewassing aan islamitische vrouwen: ‘De levenden proberen een bijdrage te leveren aan de overgang naar het hiernamaals.’

Een keerpunt in de geschiedenis van persoonlijke rouw- en uitvaartrituelen is de uitbundige begrafenis van Manfred Langer, eigenaar van de roemruchte discotheek de IT in Amsterdam. Voor het eerst zag Nederland een laatste afscheid in de vorm van een feest. De lijkauto, een knalroze limousine, rijdt door bomvolle straten. Mensen zijn gekleed in bonte kleuren en er is drank op de begraafplaats. Zijn beste vriendin Imca Marina: ‘Manfreds begrafenis gaf aan dat Nederland aan verandering toe was. Hij heeft dat heel goed gedaan en daar was moed voor nodig. Want er kwam ook veel kritiek op. Maar hij heeft iets opengebroken dat niet meer kon worden teruggedraaid. Vóór zijn begrafenis was het ongebruikelijk om een persoonlijke uitvaart te houden. Nu zie je niet anders.’

Ook de opkomst van het cremeren, in Nederland pas sinds 1955 wettelijk toegestaan, brengt vele nieuwe rituelen met zich mee. ‘De doden zijn mobiel geworden’, zegt onderzoekster Claudia Venhorst. Mensen kunnen de as van hun dierbare bij zich houden of, zoals de familie Goedee deed: in een ballon de lucht in laten gaan. Dochter Emma (18) was ongeneeslijk ziek. Het was haar eigen wens een ‘hemelvlucht’ te maken. Haar ouders, broer en zus keken de ballonnen na, op het strand van Scheveningen. Moeder Cécile: ‘Daar vloog ze weg, tussen de wolken door. Een mooi beeld om aan vast te houden.’

In deze tweede aflevering ‘de laatste gang' gaat Joris op zoek naar de troost van oude en nieuwe rituelen in het Nederland van de afgelopen eeuw.

Joris zoekt Troost, donderdag 6 december om 20.25 uur op NPO 2.